Kerstkaart te water

Op een druilerige winterse dag kwam ik aan het einde van een drukke werkdag thuis. Ons knusse woonscheepje lag uitnodigend op me te wachten. Zoals altijd keek ik eerst of er post lag in de brievenbus. Zo vlak voor kerst zat deze al aardig vol. Tijdens het openen van de bus viel de helft van de post er al uit. Een krant, reclamefolders en een heleboel kerstkaarten. Eenmaal alles bijeengeraapt, liep ik met de post stevig onder mijn arm geklemd de loopbrug over naar ons bootje.
Ik genoot nog even van het prachtige uitzicht over de IJssel toen een plotselinge windvlaag een rode envelop van onder mijn arm mee de lucht in nam. Onthutst bleef ik staan. De kaart zweefde even door de lucht en leek weer op de loopbrug neer te dwarrelen. Maar helaas, de gure wind blies de waarschijnlijke kerstgroet het koude water in. Als door de bliksem getroffen haastte ik mij naar de voordeur en wierp de overige post naar binnen. Ik griste de speciale pikhaak bij de voordeur vandaan en snelde terug. Jammer genoeg had het voortkabbelende water de envelop buiten mijn bereik gedreven. Ik deed nog een halfslachtige poging de envelop te grijpen maar oogstte meer gespetter dan succes.
De kaart dreef langzaam richting het onbemande schip dat achter ons ligt. Omdat we wel voor hetere vuren hebben gestaan om voorwerpen uit het water te vissen zou deze kerstkaart me niet zomaar ontglippen. Met de pikhaak in mijn hand geklemd liep ik snel over de dijk richting het verlaten scheepje. Waar alle bewoonde schepen in onze haven goed onderhouden, onkruidvrije dijktrappen en loopbruggen hebben, was de trap van het buurscheepje overwoekerd met allerlei soorten onkruid. Slechts de stalen leuning was nog zichtbaar. Voorzichtig liet ik mij naar beneden glibberen. Ook de loopbrug bleek niet meer in opperbeste staat. Ik trapte meteen door de eerste vermolmde planken heen. De zijkant van de loopbrug leek nog enigszins stevig. Ik besloot het erop te wagen. Tot halverwege durfde ik wel te gaan. Met bonkend hart schuifelde ik verder over de houten planken. Met één hand hield ik mij stevig vast aan de leuning. Met mijn pikhaak in de andere hand wachtte ik geduldig tot de inmiddels geheimzinnige kerstwens binnen grijpbereik zou drijven. Voorbijgangers zullen zich achter de oren gekrabd hebben, ik stond erbij als een halfgare speervisser..
Na enkele verkleumde minuten werd mijn engelengeduld beloond en de kaart dreef binnen mijn bereik. Maar de euforie was van korte duur. Toen ik door mijn bibberende knieën zakte om de kaart uit het water te vissen begon het hout onder mijn voeten steeds harder te kraken. Eén voor één begonnen de planken te splijten. Ik wenste vurig dat ik er niet doorheen zou zakken. Maar mijn wens werd niet vervuld. Met veel bombarie zakte ik door het gammele hout heen en bungelde nog met één arm aan de leuning. Was die kerstkaart nou echt zo belangrijk dat mijn avontuur zo moest eindigen? Mijn voeten hingen al in het water. Terug de brug op klauteren was geen optie meer. Het afgaand tij was gunstig. Met het lage water stond ik slechts tot aan mijn knieën in de IJssel. Ik baande mij een weg door het ijswater, griste de envelop en klom langs de rietkragen de dijk weer op. Verkleumd en enigszins beschaamd maar toch ook wel triomfantelijk sopte ik licht huppelend met de doorweekte kerstwens naar huis.
Thuis peuterde ik voorzichtig de envelop open en haalde de kerstkaart eruit. Enkele doorweekte kerstballen glinsterde mij nog toe. De kerstwens was één en al mysterie. Geen letter was meer leesbaar. Toch heeft deze inmiddels speciale kaart tussen de andere kaarten op de schoorsteenmantel een prominente plaats ingenomen. Na al deze inspanningen had ik niet het lef deze kaart met kerstballen zomaar weg te gooien. Trouwens, het zou een mooi verhaal worden om verder te vertellen.
Of ik ooit weer een poging waag om te water geraakte post te redden denk ik nog even over na, maar één ding weet ik alvast zeker, blauwe enveloppen in elk geval niet.
